Logo Het Brein in onze Wereld
Programma 19 januari 2024 - Cultuur- en congrescentrum Antropia, Driebergen

Programma

 

08:45 uur
Ontvangst en registratie
09:30 uur
De evolutie van toegepaste neurowetenschappen
Een hobbelige weg van vooruitgang en doodlopende wegen
Samenvatting presentatie
Ben van Cranenburgh ...over Ben

10:00 uur
Denken in neurale netwerken
Implicaties voor de klinische praktijk
Samenvatting presentatie
Kees Stam ...over Kees

10:30 uur
Scans bij herseninfarct
Alleen interessant of ook nuttig?
Samenvatting presentatie
Michel Rijntjes ...over Michel

11:00 uur
Pauze
11:20 uur
Hersentrauma en PTSS
Een uitdaging voor de behandelaar
Samenvatting presentatie
Evert Thiery ...over Evert

11:50 uur
Het ontstemde brein
Over patronen, emoties en muziek
Samenvatting presentatie
Esther van Fenema ...over Esther

12:20 uur
Lunchpauze
13:20 uur
The power of expectation (videopresentatie)
Reflections about placebo and nocebo
Samenvatting presentatie
Fabrizio Benedetti ...over Fabrizio

13:50 uur
Probleemgedrag na hersenbeschadiging
Vroeg-signalering van groot belang
Samenvatting presentatie
Jan Wiersma ...over Jan

14:20 uur
Oorlog en brein
Over de invloed van rampspoed op onze hersenen
Samenvatting presentatie
Ben van Cranenburgh ...over Ben

14:50 uur
Pauze
15:10 uur
Pain and the brain (videopresentatie)
Changing the pain by changing the brain
Samenvatting presentatie
Lorimer Moseley ...over Lorimer

15:40 uur
Sport, een hoofdzaak
Over de rol van de hersenen bij het leveren van sportprestaties
Samenvatting presentatie
Peter Beek ...over Peter

16:10 uur
Positieve neurologie
Wat mensen met neurologische aandoeningen nog wèl kunnen
Samenvatting presentatie
Ben van Cranenburgh ...over Ben

16:40 uur
Einde en drankje

Samenvatting presentaties


De evolutie van toegepaste neurowetenschappen
Een hobbelige weg van vooruitgang en doodlopende wegen

Ben van Cranenburgh

In de 18e en 19e eeuw was de frenologie populair: knobbels op de schedel verraden talenten die daaronder zitten. Een waanzinnig idee waarvoor hoegenaamd geen basis bestond. De Franse artsen Dax (1830) en later Broca (1860) kwamen tot de conclusie dat taal in de linker hemisfeer gelokaliseerd is: de linker hemisfeer is “dominant”, een dogma dat meer dan 100 jaren heeft standgehouden, en heeft geleid tot uitwassen van denken over links en rechts in het brein. Na de beide wereldoorlogen werden uiteenlopende stoornissen waargenomen na gelokaliseerd letsel. Toen kreeg iedere functie zijn plekje (“centrum”) in het brein. Rond 2000 denken we niet meer in termen van centra voor bepaalde functies, maar in neurale netwerken resp. ensembles. Dit levert een nieuwe kijk op de hersenen, neurologische aandoeningen en mogelijkheden van herstel.

Rond 1900 kwamen de Spaanse neuroanatoom Ramon y Cajal en de Amerikaanse psycholoog William James – onafhankelijk van elkaar – tot de conclusie dat het brein plastisch is. Het mocht niet baten, dit idee werd pas 80 jaren later toegelaten. Mechanismen van herstel na hersenbeschadiging waren al beschreven rond 1940. Ook dat mocht niet waar zijn:” eenmaal letsel, altijd gestoord” bleef het heersende motto. Pas na 1980 ontstond geleidelijk belangstelling voor de plasticiteit van de hersenen als basis voor leerprocessen, herstel en aanpassing. Dan komt ook de neurorevalidatie tot ontwikkeling.
Wat zal de toekomst brengen?

terug naar het programma

Denken in neurale netwerken
Implicaties voor de klinische praktijk

Kees Stam

Onze hersenen kunnen gezien worden als complexe netwerken van verschillende gebieden, ieder gespecialiseerd in meer of minder specifieke functies en onderling verbonden in een samenhangend systeem. Maar wat bedoelen we precies met “netwerk”? Op welke manier is dit netwerkconcept van belang voor het functioneren van gezonden hersenen en voor het begrijpen van de verschillende manieren waarop dit normale functioneren faalt en er neurologische en psychiatrische aandoeningen ontstaan? Hoewel het denken over de hersenen als netwerk een lange geschiedenis heeft, die minstens teruggaat tot Ramon Y Cajal (1900), is er rond het jaar 2000 iets nieuws gebeurd door het combineren van de moderne zgn. “graaftheorie” en de neurowetenschappen. Dat heeft geleid tot nieuwe begrippen zoals “small-world” en “schaalvrije” netwerken. Deze nieuwe inzichten, die nog volop in ontwikkeling zijn, maken duidelijk hoe complexe netwerken precies georganiseerd zijn en hoe deze organisatie bijdraagt aan optimale gezonde hersenfunctie. Daarnaast is ook het inzicht ontstaan dat speciale gebieden in de hersenen, de zogenaamde “hubs”, niet alleen onmisbaar zijn voor optimaal functioneren, maar ook zwakke plekken vormen bij verschillende neurologische aandoeningen. Voorbeelden van aandoeningen waarbij hubs een sleutelrol spelen zijn epilepsie, beroerte, hersentumoren en de ziekte van Alzheimer. Dit veranderende concept van neurologische ziekten als overbelasting en falen van hubs heeft niet alleen consequenties voor het begrijpen van ziekten, maar biedt ook verrassende nieuwe mogelijkheden voor behandeling, onder andere door gerichte niet invasieve hersenstimulatie van hub gebieden.

terug naar het programma

Scans bij herseninfarct
Alleen interessant of ook nuttig?

Michel Rijntjes

Een herseninfarct kan problemen in verschillende domeinen veroorzaken: motoriek (hemiparese), taal (afasie), handelen (apraxie) of visuele waarneming (agnosie, neglect). Met behulp van scans zijn we beter in staat te begrijpen waarom een herseninfarct op een bepaalde plaats problemen in een bepaald domein, maar vaak ook in meerdere domeinen tegelijk veroorzaakt. Ook kan met scans worden aangetoond, dat er voor uitvoering van een taak in alle domeinen twee processen zijn: “doen” en “begrijpen, wat je doet”.
Verder wordt tijdens de lezing ingegaan op de vragen of scans iets over de prognose kunnen zeggen en welke therapie bij welke locatie van een infarct en in welke herstelfase zinvol is (of niet).

terug naar het programma

Hersentrauma en PTSS
Een uitdaging voor de behandelaar

Evert Thiery

Zowel in civiele als in militaire context vertoont het optreden van een hersentrauma een hoge prevalentie. Meest frequent betreft het een mild hersentrauma. De prognose ervan is veelal gunstig. Soms houden de functionele beperkingen toch langer aan en in een niet onaanzienlijk aantal gevallen treedt in aansluiting met een mild hersentrauma een posttraumatische stressstoornis (PTSS) op. Het risico op het zich instellen van deze co-morbiditeit is paradoxaal groter bij het milde hersentrauma dan bij zwaardere vormen.
De symptomatologie van dit koppel is complex, vaak overlappend en mutueel versterkend. Naargelang de invalshoek van de behandelaar wordt meermaals 1 van de 2 beeldbepalende oorzaken miskend. Een grondige en brede diagnostische evaluatie zal dan ook aan elke behandeling voorafgegaan.
De cognitieve gedragstherapie (naast mogelijke psychofarmaca en/of neuromodulatie) zal zich in het bijzonder richten op deconditioneren van angst en de heropbouw van een coherent verhaal van de traumatische gebeurtenissen en hun fysische en psychische gevolgen.

terug naar het programma

Het ontstemde brein
Over patronen, emoties en muziek

Esther van Fenema

Denken, voelen en waarnemen komen voort uit ons brein. Deze eigenschappen bepalen zelfs in belangrijke mate ‘wie wij zijn’ en hoe we naar onszelf en de wereld om ons heen kijken. De omstandigheden, het moment in de tijd en vaak ook onze cultuur bepalen in hoeverre ons brein mag afwijken van de normaliteit.
Wat zijn de patronen die ons ‘zijn’ bepalen? Welke patronen delen we met elkaar als mens en welke patronen bepalen ons als uniek individu?
In deze lezing neemt Esther van Fenema je mee op tournee door het brein. In haar werk met musici met psychische klachten kijkt zij vanuit nieuwsgierigheid, verbazing en creativiteit naar de artiest tegenover zich. Een musicus die uren en uren besteedt aan een loopje in een Paganini caprice, is dat normaal of krankzinnig? Of neem die pianiste die niet meer wilde leven toen ze een foutje maakte in het eerste pianoconcert van Liszt.
Wat betekent muziek als het gaat om de emoties die we misschien wel lastig vinden om te verdragen? En als ons brein ontstemt, hoe kunnen we haar weer stemmen?

terug naar het programma

The power of expectation
Reflections about placebo and nocebo

Fabrizio Benedetti

Although placebos have long been considered a nuisance in clinical research, today they are an active and productive field of research and, because of the involvement of many mechanisms, they can actually be viewed as a melting pot of concepts and ideas for neuroscience. For example, brain mechanisms of expectation, anxiety, reward are all involved, as well as a variety of learning phenomena, such as Pavlovian conditioning, cognitive and social learning. There is also some evidence of different genetic variants in placebo responsiveness. Overall, the concept that is emerging today is that placebos and drugs share common mechanisms of action. The understanding of these mechanisms in placebo responders and nonresponders has important clinical implications and applications.

terug naar het programma

Probleemgedrag na hersenbeschadiging
Vroeg-signalering van groot belang

Jan Wiersma

Jaarlijks krijgen veel mensen te maken met een hersenbeschadiging, bij henzelf of bij iemand in hun sociale netwerk. Dat kan komen door een hersentrauma (ongeval), beroerte (infarct of bloeding) of andere neurologische aandoeningen. Hersenbeschadiging heeft vaak ingrijpende gevolgen en de kwaliteit van leven kan sterk afnemen. Dat is met name het geval als sprake is van neuropsychiatrische symptomen (cognitie, stemming en gedrag). De behandeling is moeilijk, waarbij de bewijskracht voor de effectiviteit van zowel de medicamenteuze behandeling als de niet-medicamenteuze behandeling nogal beperkt is. Het vroeg (h)erkennen van symptomen die kunnen leiden tot probleemgedrag op termijn biedt de mogelijkheid om in een zo vroeg mogelijk stadium naar behandel- en begeleidingsinterventies te kijken. Preventie is immers beter dan iets doen als het is misgegaan. En als het dan toch misgaat kan men zich daarop voorbereiden wat dan te doen. Het is daarom nodig om die factoren te signaleren en te volgen die probleemgedrag kunnen veroorzaken of in stand kunnen houden. In deze lezing zal worden besproken welke factoren verband houden met probleemgedrag (op termijn) met als doel om door vroegtijdige (bij)sturing de kwaliteit van leven op een zo hoog mogelijk peil te houden voor alle betrokkenen.

terug naar het programma

Oorlog en brein
Over de invloed van rampspoed op onze hersenen

Ben van Cranenburgh

De eigenschappen van onze hersenen zijn deels genetisch (nature), deels door de omgeving (nurture) bepaald. De context waarin wij opgroeien heeft een sterke invloed op de ontwikkeling van neurale structuren, vooral tijden zgn. kritische perioden waarin het brein extra gevoelig is voor omgevingsinvloeden. Oorlog en rampspoed hebben een ingrijpende invloed op ons brein. In principe gaat het om logische veranderingen: waarneming, denken en gedrag worden geheel ingesteld op overleving. Overwaakzaamheid, schrik- en angstreacties, overgevoeligheid voor prikkels, wantrouwen: volstrekt begrijpelijk in een bedreigende oorlogssituatie. Iedere rampspoed – oorlog, honger, droogte, watersnood, mishandeling – heeft zijn eigen specifieke invloed op het brein. Ons brein draagt de signatuur van wat wij hebben meegemaakt. Daarnaast zijn er grote individuele verschillen: de een komt ongeschonden uit rampspoed, de ander wordt permanent geplaagd door de meegemaakte verschrikkingen: persoonlijkheid en gedrag zijn ingrijpend veranderd. We spreken dan van PTSS: posttraumatisch stresssyndroom.
Inzichten uit de neurowetenschappen werpen een nieuw licht op de ingrijpende veranderingen die door rampspoed in het brein zijn ontstaan. Vanuit dit perspectief dienen zich strategieën aan die de zaak wellicht ten goede kunnen keren.

terug naar het programma

Pain and the brain
Changing the pain by changing the brain

Lorimer Moseley

Pain without any tissue damage or underlying physical illness, is a fact. New understandings of ‘how chronic pain works’ have led treatments that train the brain and the body. These treatments focus on changing understanding of the problem, retraining cortical neural representations of the body, and increasing the load tolerance of the tissues of the body. One such treatments approach is based on the Fit for Purpose model of chronic pain. This lecture will present the scientific rationale for the Fit for Purpose model, the effects of brain-targeted interventions and the clinical impact of complex combined treatments on pain and disability.

terug naar het programma

Sport, een hoofdzaak
Over de rol van de hersenen bij het leveren van sportprestaties

Peter Beek

Topsporters beschikken over uitzonderlijke motorische, perceptuele en cognitieve vermogens, die zich ontwikkelen door intensieve sport-specifieke oefening. Hun bewegingen zijn effectief en efficiënt, snel en doeltreffend; ze zijn niet stereotiep, maar hebben wel een sterk individuele signatuur. Ook hun waarnemingen en de beslissingen zijn effectief en efficiënt; ze zien en anticiperen hoe situaties zich ontwikkelen en spelen hierop in met hun technische en tactische beslissingen. De ontwikkeling van deze vermogens, die in talloze (voornamelijk cross-sectionele) studies is onderzocht, gaat gepaard met structurele en functionele veranderingen in de bij de bewegingsplanning- en uitvoering betrokken centra in het brein en hun interacties. Hieruit blijkt een toenemende specialisatie. Expertise kan dan ook gezien worden als een proces van maximale adaptatie aan de vigerende taakeisen, niet alleen gedragsmatig, maar ook neuraal en neuromusculair. Zelfs op het niveau van het ruggenmerg zijn hier bewijzen van te vinden! De vraag is hoe motorische leerprocessen het beste kunnen worden ingericht om een topsporter te worden. Vaak wordt aangenomen dat je een beweging eindeloos moet herhalen om deze te perfectioneren. Vanuit de huidige inzichten in motorisch leren is dat echter flauwekul. Steeds maar dezelfde beweging herhalen is gewoon tijd verknoeien. Tijdens de lezing zal aangegeven worden waarom en hoe motorisch leerprocessen in de sport kunnen worden geoptimaliseerd.

terug naar het programma

Positieve neurologie
Wat mensen met neurologische aandoeningen nog wèl kunnen

Ben van Cranenburgh

Wij leren over neurologische aandoeningen en richten ons daarbij vooral op stoornissen: de tremor bij Parkinson, de CVA-patiënt die niet kan praten, de dementiepatiënt die de weg kwijt is, het ADHD-kind dat niet oplet op school. Het is echter belangrijk te beseffen dat er bij iedere neurologische aandoening ook intacte functies zijn: de verstijfde Parkinsonpatiënt danst op ritmische muziek, de patiënt met afasie is nog steeds handig in het huishouden, de dementiepatiënt zingt in een koor, het ADHD-kind presteert goed tijdens het voetballen. Er zijn steeds zwakke en sterke punten. En soms worden sterke punten juist geaccentueerd doordat er zwakke punten zijn: het brein is plastisch en zet in op intacte functies. De blinde wordt pianostemmer, de autist is heel precies en systematisch, de patiënt met een rechtszijdige hemiparese wordt heel handig met zijn linkerarm. Vroeger sprak men wel van “idiot savant”: mensen die aan de ene kant zwakbegaafd zijn, aan de andere kant een specifiek talent ontwikkeld hebben.
Dit idee van sterke/intacte functies bij neurologische aandoeningen is natuurlijk erg belangrijk voor therapeuten en begeleiders: zij kunnen in zetten op intacte functies en daarmee de kwaliteit van leven voor de patiënt verhogen. Tijdens de lezing zullen vele voorbeelden de revue passeren.

terug naar het programma